'Ik schaam me totaal niet voor mijn stemprothese'

“Volgens mijn moeder begon ik steeds heser te praten. Op haar advies ging ik ‘toch maar even’ naar de huisarts.” Het blijkt slechte boel: Wim de Haan (55) heeft strottenhoofdkanker.

Ergens kwam de diagnose voor Wim niet als een verrassing. Eerder was hij al geconfronteerd met stembandkanker. “Ik bleef na de behandeling van de stembandkanker erg moe, ook al was ik daarvan genezen. “Ik heb 42 laserbehandelingen gekregen en ben 42 keer bestraald.” 

Leergierig

Het meest ingrijpende voor Wim is de operatie waarbij zijn strottenhoofd en stembanden worden verwijderd. Wim was destijds de eerste patiënt in het ETZ die deze operatie onderging. Hij ligt tien dagen in het ziekenhuis. “De behandeling en verzorging in het ziekenhuis in één woord? Buitengewoon. Omdat ik de eerste patiënt was met deze operatie, kreeg de verpleging een spoedcursus. De verpleegkundigen op de afdeling waren erg leergierig en nieuwsgierig. Ik vond dat grandioos. Het moeilijkste in die dagen was dat ik niet kon praten. Maar ik schreef alles op en vaak was één blik al genoeg om elkaar te begrijpen.”

Wim de Haan, hoofd-halskankerpatiënt

Praten

Wim ‘praat door zijn slokdarm’, legt hij uit. De spier daar zorgt voor de luchtverplaatsing en veroorzaakt vervolgens de trilling in het blauwe hulpstukje - de Provox stemprothese - die achter het gat in zijn keel is geplaatst. Dat kleine apparaatje brengt de klanken door waarmee Wim een stem krijgt, nu zijn strottenhoofd en stembanden zijn verwijderd. “Ik heb altijd gezegd: zo’n stemprothese wil ik niet. Maar ik had de opties: opereren of stikken. Dan is de keuze gemakkelijk gemaakt.” Praten via de stemprothese gaat al snel goed bij Wim. “Twintig dagen na de operatie kwam ik terug in het ziekenhuis bij de logopedist. Toen ik de stemprothese kreeg, kon ik vrijwel meteen praten, ik was goed verstaanbaar. Dat vond de logopedist ook erg bijzonder.”

Geen schaamte

De operatie is inmiddels 2,5 jaar geleden. Wim schaamt zich totaal niet voor zijn stemprothese. “Waarom zou ik? Ik werk vijf dagen per week op een taxibusje voor ouderen en kinderen met een beperking. De kinderen die bij mij in de taxi komen, vinden het fantastisch: ze vragen of ze mogen kijken en willen weten hoe het werkt!” 

Alles kunnen

Wim kan sinds de operatie moeilijker slikken. Daarom gaat eten lastiger. Ook zwemmen mist hij wel. “Dat is er niet meer bij. Door het gat in mijn keel zouden mijn longen zo vollopen.” Toch heeft Wim geen moment spijt gehad van de operatie. “Voor de operatie was ik heel moe, mijn weerstand was erg verslechterd. De tumor zorgde ervoor dat ik weinig zuurstof binnenkreeg, waardoor ik me constant benauwd voelde en het gevoel had alsof ik door een rietje moest ademen. Nu kan alles weer. Ik geniet van elke dag! Andere patiënten met hoofd-halskanker wil ik adviseren om niets te laten na de operatie. Probeer het gewoon, je zult zien dat je ervan opknapt!”